Heeft een brandweerman eenmaal een bepaald diploma op zak, dan blijft dit zijn verdere carrière geldig. Dat wil niet zeggen dat de brandweerman zijn hele verdere loopbaan de vaardigheden beheerst. Daarom is er de “bijscholing en vaardigheidstraining”. Deze training heeft tot doel iedere brandweerman te scholen met de nieuwste ontwikkelingen op brandweergebied. Je bent namelijk nooit te oud om te leren en in het brandweervak dient men ook met de nieuwste inzichten op techniek en organisatie te kunnen werken. Zo blijft al het werk bij de brandweer dynamisch van aard.
Er wordt voor het korps een opleidingsplan opgesteld. 'Zo'n plan houdt in dat over meerdere jaren wordt vastgelegd wie welke opleiding moet gaan volgen. Dat heeft namelijk een aantal voordelen. Zo is de planning gemakkelijker en kunnen er bijtijds financiële middelen worden vrij gemaakt. Aan die opleidingsplannen worden weer oefenplannen gekoppeld. Dat is een raamwerk van oefeningen die een leidinggevende in zijn korps voor zijn brandweermensen kan laten plaatsvinden.'
Dat betekent dat de brandweerman in spé de basisvaardigheden krijgt aangeleerd, maar de ervaring zal moeten opdoen in de praktijk. Omdat er te weinig praktijkgevallen zijn bij een korps, ontbreekt bij veel brandweerlieden de ervaring. Daarom wordt er bij de opleidingen ook realistische trainingsmogelijkheden benut. De korpsen oefenen nu zelf veelvuldig. Daarbij gaat het vooral om het bijhouden van reguliere vaardigheden. Met realistisch wordt dan bedoeld: het oefenen met echt vuur, met lotus slachtoffers in plaats van poppen, met authentieke materialen zoals echte auto' s.